29.9.10

Meshell Ndegeocello


Ik wil deze tekst graag opdragen aan alle jonge talentvolle muzikanten die er op korte tijd in geslaagd zijn de wereld te veroveren, harten in te palmen en gevoelige snaren te strelen.
Zo, dat gezegd zijnde, kan ik van start gaan.

Het begon allemaal in een kleine buitenwijk van Gent. Ik stamde voort uit een familie van houtbewerkers, bierbrouwers en chiwawa-kwekers. Ergens leek het allemaal doodgewoon, maar m'n moeder zag al vroeg dat ik een wonderkind was. Op welk vlak wist ze niet, maar in ieder geval zou ik ergens groots terechtkomen.

Toen ik één jaar oud was, stierf papa aan de gevolgen van een werkongeval. Eén van zijn houtcreaties was uit elkaar gespleten, en de houtsplinters hadden hem volledig doorzeefd. De risico's van het vak, denk je dan. Moeder wist me psychologisch te motiveren om verder te gaan. Ik besloot om de houttechnieken van de familie niet verder te zetten. Toch niet in die zin althans. Op een dag, ettelijke jaren later, stapte ik nietsvermoedend op de houtschuur van vader af, en dacht bij mezelf: "Ik zet dan de traditie wel niet voort, ik kan wel iets anders, iets productievers doen. En toen ontdekte ik één van vaders geheime creaties, in een geheim luik onder de houten vloer. Er lag iets wat op een halve gitaar leek. Toen ik naderbij onderzocht, bleek het effectief een instrument zijn.

Jarenlang had vader gepoogd het beste voor mijn toekomst te regelen. Hij wist dat ik de genialiteit van hem en het autodidact van moeder had. In die tijd was een muzikant niet veel waard. Toch wilde mijn vader laten zien dat ik iets kon verwezenlijken in deze grimmige Gentse atmosfeer. En zo startte ik aan de perfecte verderzetting van zijn wondergitaar. Met de juiste houtsoort, de juiste lakverf, buigtechniek en klankkast.

Productie van instrumenten leek al snel niets voor mij. Ik deed er een jaar over om het hele kunstwerk af te krijgen, maar eens het resultaat er was, had niemand uit de buurt zoiets eerder gezien of gehoord. En zo begon mijn muzikale lente. Door stilletjes in de achtertuintjes te oefenen, op mezelf, zonder zorgen en zeuren.

Via kennissen hoorde ik dat België niet echt een land was om succesvol te worden. Op een kille herfstdag besloot ik naar New York te verhuizen. Ik werkte er eerst als barman in Brooklyn, een café, om mijn appartement te kunnen betalen en toch iets nuttig voor de stad te betekenen. Want als stranger daar toekomen, en je niet engageren, is uit den boze. Toen ik het respect van de Amerikanen voor mij gewonnen had, begon ik eigen liedjes te schrijven. Korte, intieme tekstjes, gecombineerd met fleurige gitaardeuntjes, zwevend in de Amerikaanse atmosfeer.

Een aantal weken later vernam ik dat moeder overleden was. Ze had hard gestreden tegen allerhande ziektes, maar werd uiteindelijk geveld. Ik keerde terug naar mijn thuisland, België, om alles te regelen qua successie. Toch voelde ik dat alles daar achter me lag, ook al was mijn eigen moeder net heengegaan. Niet veel later keerde ik vastberaden terug naar Amerika, en dit met een welbepaald doel: een EP opnemen. Dat was echter niet voor de hand liggend, aangezien ik niet echt de juiste contacten en budgetten had om dit te doen. Ik besloot dan maar om mezelf populair te maken door in donkere kroegen te spelen, waar eigenlijk niemand naar me luisterde en enkel op het einde van het concert om ter zatst tegen me lalde over het slecht het er wel aan toe ging in de buurt. Tot op die ene dag.

Ik speelde nog steeds op mijn eigen gecreëerde gitaar, en werd niet geobsedeerd door hypermoderne muziekmachines, maar bleef bij de roots. Die roots hielpen met overigens aardig op weg naar een platendeal. Ik speelde een klein voorprogramma van een band genaamd "Strong Boys" in één van de grotere kroegen in de wijk. Na het concert stapte een rasoude bok op me af, met een blik in zijn ogen waarvan je dacht: dit is het. Nu ben ik binnen. We gingen aan een tafeltje zitten en kletsten honderuit over alle mogelijke opties. Een succesvol debuut was het logische gevolg.

Nu, enkele jaren later, ben ik lid van een supergroep die sveervolle Jazzfunk brengt. En ik ben gelukkig.