23.5.11

Psycho 44 - Demon


Tegenwoordig wemelt het van de online music contests, kijk maar naar vi.be ON AIR en dergelijke. Bands maken een profiel aan en uploaden wat songs, met een grote naam als Studio Brussel die er dan telkens, in samenwerking met een professioneel artiest, een weekwinnaar uitkiest. Op het einde van het seizoen volgt dan een uiteindelijke ‘seizoenswinnaar’ die dan airplay krijgt op de radio en andere media. Pyscho 44 is één van die exploten die daaruit voortgegroeid is sinds de winst in 2010.

Na een succesvolle deelname aan FrappantPOP en een mooie vierde plaats op de laaste Humo’s Rockrally is deze band ruimschoots gelanceerd. Via een samenwerking met het TRIX muziekcentrum in Borgerhout, waar ze een jaar lang resideerden, hebben ze de hand gelegd aan hun eerste EP. Een moderne versie van een demo, laat ons stellen. In samenspraak met opnameveteraan Monsieur Paul Van Bruystegem van vlaams rocktrio Triggerfinger werkten ze in de legendarische Red Tape Studio’s in Aarschot aan hun eerste geesteskind, ‘Demon’. Vijf songs puur en onversneden rock, die stuk voor stuk refereren naar bands die het al lang gemaakt hebben. Omschrijf deze jongens gerust als de nieuwe Millionaire met flarden van Queens of the Stone Age, zonder daarbij te overdijven en net niet in de punkscene terecht te komen.

‘Demon’ start met een treffer van formaat, wat doet denken aan de eerste songs van The Hickey Underworld. ‘My Gomorrah’ start opzwepend, met mateloze gitaarriffs en breaks, rauwe stemmen en strakke drums. De groove is hoogst belangrijk in dit genre. Combinatie van lekkere ‘whams’ en psychedelische Tim Vanhamel – riffs, zonder daarbij te overdrijven. De dag van vandaag heb je veel eensdagsvliegen, die een hit produceren en daarna wegkwijnen in de harde Belgische muziekindustrie. Bij Psycho 44, een bende schaamteloze jongemannen uit Grobbendonk, is dit niet van toepassing. Je voelt direct dat deze band succes zal kennen. Al zullen ze ervoor moeten knokken. Het is niet de typische Antwerpse band die maar even wat cafés en clubs moet doen om het dan gemaakt te hebben voor een jaar. Deze gasten zullen serieus moeten vechten om hun stempel te drukken op deze wereld.

Met een absolute tophit als ‘All My Demons Have Distortion’ hebben ze wel al een serieus streepje voor. Ze zijn niet vies van vette synths in combinatie met harde gitaren. Vandaag moet je heus wel wat formules uitproberen om nog een hippe prestatie neer te zeten. AMDHD is een stevige rocksong, die opzweept en de luisteraar meeneemt tot in zijn buik, met meezingstukken en mooie breaks. De tweede gitarist is niet bang om vuile effects te geruiken die je oren laten suizen, terwijl de leadzanger de deuk erin houdt om je bezig te houden gedurende de hele song. Het heerlijke geschreeuw en durf toont aan dat de band serieus wat in zijn mars heeft om een publiek te entertainen. Deze mannen willen ervoor gaan, ze willen maar al een graag een carrière uitbouwen. Dat deze song grijs gedraaid is op de radio, geeft hen ook een mooi duwtje in de rug, maar toont ook aan dat er wel iets inzit.

Heerlijke baslijnen grooven gedurende ‘Strawberry Shake’, overigens de favoriete song van de band op deze EP. Een Queens of the Stone Age – getinte gitaarlijn en uptempo drums sleuren je mee op het sleeptouw van een song die puur en onversneden rock maakt. Wat Psycho 44 uniek maakt, is dat ze nog jong en ambitieus zijn, klaar om dag en nacht paraat te staan, voor elk podium of mini-festival, zonder morren of zeuren. Ergens moet dat ook wel, als je éénmaal bij de pakken blijft zitten, geraak je zo weggekwijnt in het duistere kantje van de muziekwereld.

Psycho 44 levert een debuut dat heus niet moet onderdoen voor bands die al langer in het circuit zitten. Je merkt trouwens overigens niet dat ze nog op school zitten, zelfs niet als je ze live aan het werk ziet. Ze hebben niet de typische looks, maar wel de presence om het nog ver te brengen en hun strepen te verdienen op de grotere festivals. Dit is goed. Dit kan nog beter. Maar we hebben tijd. Niet teveel tijd, want dan zuigt de onderwereld je op. Toch gelooft menig muziekliefhebber erin dat Psycho 44 niet niks is. Songs als ‘Red Blast’ en eindtrack ‘The Bait’ schreeuwen om aandacht, aandacht die ze heus wel verdienen. Op naar de zomerfestivals!


23.4.11

Geen rockster, wel muzikant


Een goede muziekrecensent word je door je bronnen te raadplegen. Research te doen. Goede albums te beluisteren, maar ook slechte. Door documentaires bekijken. Concerten beleven. Blijvende gehoorschade. Maar dat werpt zijn vruchten wel af, ook al is dat niet voor de hand liggend.

Je hebt bands die succes kennen, gaan zweven, en die later dan met de staart tussen de benen in de goot belanden. Maar je hebt evengoed bands die, na knokken en zweten, er echt in blijven slagen om hun publiek te overtuigen. Met een beetje goede wil lijkt me dat nu ook niet moeilijk, hoewel het leven van een muzikant niet altijd van een leien dakje loopt. Neem nu Foo Fighters. In een weerzinwekkende rollercoaster belandt Dave Grohl na een periode van ontelbaar succes in een moment van diepe rouw. Een soort van wereld, maar ook van broodwinning, die instort. Dé grungeband van de jaren negentig is hun zanger kwijt. De roem eist zijn tol, en loopt uit de hand. Na acht maanden van onmacht en droefheid besluit Grohl een kleine opname te doen van zijn nummers die hij al in tijden van Nirvana schreef. Wanneer hij na een week uit de studio komt met een kleine cassette, beseft hij niet dat hij geschiedenis schrijft. Maar dat is bijkomend, een muziekrecensent moet bij de zaak blijven: in 2011 besluit Dave Grohl zijn garage om te bouwen tot een heus studiocomplex. Om back to basics, back to the roots te gaan om de opnames van zijn nieuwe meesterwerk te realiseren.

Het komische is, dat wanneer bands de studio induiken met een producer van formaat (gaande van Greg Gordon tot Daniel Lanois) er steeds een productieve fabrieksfeer hangt. Tot op het bot worden muzikanten soms uitgemergeld om toch maar dat stukje meesterwerk op plaat te krijgen. Daar dachten ze bij Foo Fighters anders over: laat die gespannen sfeer vallen en wees welkom in een huiselijke sfeer. Een sfeer waar plaats is voor zowel productiviteit als geborgenheid, momenten van ontspanning maar evengoed van afpeigering. Enkel op die moderne manier krijg je nog een plaat van formaat gecreëerd, anno 2011 thans. Af en toe zwemmen kan heus geen kwaad.

'Wasting Light', een naam waar menig over nagedacht werd, bevat stevige rock. De stevige dosis rock die we dezer dagen nodig hebben om bijvoorbeeld een zware werkdag door te spoelen, even te bezinnen over het feit of je nu die Ford of Renault koopt, maar evengoed te beleven op je eigen manier. Het type 'voor-ieder-wat-wils'. En toch is het niet volledig van de gewoonte voor deze band uit Seattle. In het verleden, op albums als 'In your Honour' werden reeds meerdere akoestische songs uitgebracht, alsook het iets recentere album 'Echoes, Silence, Patience & Grace' uit 2007. De perfecte mix tussen rock en poppy songs, waar nu volledig tegenaan wordt gegaan in dit nieuwe album.

Schijn bedriegt eerder. De plaat verwelkomt je met stevige riff-songs als 'Rope', 'Bridge burning' en 'White Limo'. Die laatste laat zelfs sporen van punk en metal na. 'Bridge Burning' start met een lekkere harmonic-intro, die overgaat in een heerlijk dalende akkoordenreeks met de nodige accenten en breaks. Om dan over te gaan in het misleidende delaytempo van 'Rope'. Een heerlijke bom die losbarst wanneer je het net niet verwacht. Een sterk punt op deze plaat is ook de vlotte overgang tussen de chorussen en verses, waar je denkt dat sommige nummers eentonig starten, om tenslotte te besluiten in arguloze rock. Maar dus, die volledige rock-attitude klopt toch niet volledig. Kijk naar een nummer als 'These Days', dat akoestisch start, en uiteindelijk ontploft op een topmoment. Ok, het is misschien verkeerd om te zeggen dat schijn bedriegt, laten we het eerder een naftbak noemen die omgevormd wordt naar een diesel om op zijn beurt weer te transformeren in een LPG.

Door zijn verschillende verschijningen in anders bands als 'Them Crooked Vultures' en 'Queens of the Stone Age', laat Grohl deze invloeden ook duidelijk merken op deze plaat. Het perfecte voorbeeld hiervan is de TVC-intro van 'Alandria', waar je zelfs bijna denkt dat dit nummer op een verkeerde plaat is beland. Toch wordt deze gedachte snel omgevormd wanneer we het heerlijke geschreeuw van de leadvocals horen opdraven. Foo Fighters gaan overigens een samenwerking met externe muzikanten absoluut niet uit de weg, als je weet dat kerels als Bob Mould en Krist Novoselic hun bijdrage leveren. Soms zou je denken dat je engageren voor andere projecten jaloezie of weemoed wekt, maar ook op deze plaat hoor je echt wel duidelijk de belangrijkheid van het aandeel van deze 'guest musicians'. Bob neemt de tweede stem voor zijn rekening op 'Dear Rosemary', terwijl Novoselic de baslijn van 'I Should have Known' moeiteloos neerzet.

Die 'I Should have Known' zou trouwens de absolute winner van de plaat moeten worden. Waar ze mijnens inziens dan nog eens behoorlijk in geslaagd zijn. Dé perfecte combi tussen het akoestische van de violen en cello, en de heerlijke opzwepende drumpartij die heel het gegeven opbouwt. De eindeloze schreeuw 'I can not forgive you that' doet hier de beste zaak. Het werpt vragen op bij de luisteraar, maar evengoed een gevoel van: 'dit zit goed'. Je hoeft geen rockster te zijn om een degelijke plaat af te leveren, wel muzikant. En dat is het motto van FF anno 2011. Enkel zo blijf je goed in het vak waar je al jaren goed in bent.

29.9.10

Meshell Ndegeocello


Ik wil deze tekst graag opdragen aan alle jonge talentvolle muzikanten die er op korte tijd in geslaagd zijn de wereld te veroveren, harten in te palmen en gevoelige snaren te strelen.
Zo, dat gezegd zijnde, kan ik van start gaan.

Het begon allemaal in een kleine buitenwijk van Gent. Ik stamde voort uit een familie van houtbewerkers, bierbrouwers en chiwawa-kwekers. Ergens leek het allemaal doodgewoon, maar m'n moeder zag al vroeg dat ik een wonderkind was. Op welk vlak wist ze niet, maar in ieder geval zou ik ergens groots terechtkomen.

Toen ik één jaar oud was, stierf papa aan de gevolgen van een werkongeval. Eén van zijn houtcreaties was uit elkaar gespleten, en de houtsplinters hadden hem volledig doorzeefd. De risico's van het vak, denk je dan. Moeder wist me psychologisch te motiveren om verder te gaan. Ik besloot om de houttechnieken van de familie niet verder te zetten. Toch niet in die zin althans. Op een dag, ettelijke jaren later, stapte ik nietsvermoedend op de houtschuur van vader af, en dacht bij mezelf: "Ik zet dan de traditie wel niet voort, ik kan wel iets anders, iets productievers doen. En toen ontdekte ik één van vaders geheime creaties, in een geheim luik onder de houten vloer. Er lag iets wat op een halve gitaar leek. Toen ik naderbij onderzocht, bleek het effectief een instrument zijn.

Jarenlang had vader gepoogd het beste voor mijn toekomst te regelen. Hij wist dat ik de genialiteit van hem en het autodidact van moeder had. In die tijd was een muzikant niet veel waard. Toch wilde mijn vader laten zien dat ik iets kon verwezenlijken in deze grimmige Gentse atmosfeer. En zo startte ik aan de perfecte verderzetting van zijn wondergitaar. Met de juiste houtsoort, de juiste lakverf, buigtechniek en klankkast.

Productie van instrumenten leek al snel niets voor mij. Ik deed er een jaar over om het hele kunstwerk af te krijgen, maar eens het resultaat er was, had niemand uit de buurt zoiets eerder gezien of gehoord. En zo begon mijn muzikale lente. Door stilletjes in de achtertuintjes te oefenen, op mezelf, zonder zorgen en zeuren.

Via kennissen hoorde ik dat België niet echt een land was om succesvol te worden. Op een kille herfstdag besloot ik naar New York te verhuizen. Ik werkte er eerst als barman in Brooklyn, een café, om mijn appartement te kunnen betalen en toch iets nuttig voor de stad te betekenen. Want als stranger daar toekomen, en je niet engageren, is uit den boze. Toen ik het respect van de Amerikanen voor mij gewonnen had, begon ik eigen liedjes te schrijven. Korte, intieme tekstjes, gecombineerd met fleurige gitaardeuntjes, zwevend in de Amerikaanse atmosfeer.

Een aantal weken later vernam ik dat moeder overleden was. Ze had hard gestreden tegen allerhande ziektes, maar werd uiteindelijk geveld. Ik keerde terug naar mijn thuisland, België, om alles te regelen qua successie. Toch voelde ik dat alles daar achter me lag, ook al was mijn eigen moeder net heengegaan. Niet veel later keerde ik vastberaden terug naar Amerika, en dit met een welbepaald doel: een EP opnemen. Dat was echter niet voor de hand liggend, aangezien ik niet echt de juiste contacten en budgetten had om dit te doen. Ik besloot dan maar om mezelf populair te maken door in donkere kroegen te spelen, waar eigenlijk niemand naar me luisterde en enkel op het einde van het concert om ter zatst tegen me lalde over het slecht het er wel aan toe ging in de buurt. Tot op die ene dag.

Ik speelde nog steeds op mijn eigen gecreëerde gitaar, en werd niet geobsedeerd door hypermoderne muziekmachines, maar bleef bij de roots. Die roots hielpen met overigens aardig op weg naar een platendeal. Ik speelde een klein voorprogramma van een band genaamd "Strong Boys" in één van de grotere kroegen in de wijk. Na het concert stapte een rasoude bok op me af, met een blik in zijn ogen waarvan je dacht: dit is het. Nu ben ik binnen. We gingen aan een tafeltje zitten en kletsten honderuit over alle mogelijke opties. Een succesvol debuut was het logische gevolg.

Nu, enkele jaren later, ben ik lid van een supergroep die sveervolle Jazzfunk brengt. En ik ben gelukkig.


7.1.10

Hank Moody

Mensen zeggen dat ik goed kan schrijven. Dat geloof ik best, zeker nadat mijn uitgever gisteren weer eens zei hoeveel m'n laatste boeken hadden opgebracht. Het was iets met euro's en vier nullen en een komma. Maar bij mij draait het niet om geld. Ik ben dan misschien wel werkzaam in de financiële sector, die biljetten kunnen me niets schelen. Al is de geur van versgedrukte vijfhonderd-euro-biljetten bijzonder te pruimen, toch zal ik er nooit mee wapperen. Zo denken de meeste schrijvers wel denk ik. Het draait niet per se om wat het opbrengt, eerder om wat de mensen ervan vinden. En ze vinden het goed, zoals gezegd.

Toch is het een harde wereld. Inspiratie is soms eindeloos, anderzijds ook doelloos. Een lekker drankje erbij en gas geven, denk je, maar da's allemaal flets. Het moet uit het niets komen. Zoals nu, op een doordeweekse avond terwijl andere mensen gezelschapspelletjes zouden spelen, een filmpje meepikken of de afwas doen. Hier zit ik, de skrivere, voor andermans personal computer nog eens een gedachtengang neer te pennen. Alhoewel, met al die hoogtechnologische apparaten komt er van "pennen" niet veel in huis. Tegenwoordig gaat dat allemaal zo makkelijk. Zeker als je tienvingerblind kan typen. Toch nog iets goeds dat ik geleerd heb op de middelbare school. Want, laten we eerlijk zijn, een goede schrijver word je niet, dat ben je. Of dat leer je. Door misschien zelf veel boeken te lezen (alhoewel dat meer op kopieergedrag lijkt) en daaruit je schrijfstijl proberen te ontwikkelen. Een eigen schrijfstijl.

Die harde wereld, echter, is een semi-schreeuwend-om-aandacht medium. Veel schrijvers hebben wel eens een dipje, toch is dit een huilende attitude. Schrijven is zoals 'over jezelf vertellen'. En niet constant klagen over bovenstaand feit. Als ik erover nadenk, moeten heel wat schrijvers eens wat minder 'wenen'.

Als iemand me op straat aanspreekt over het feit of ik nu die skrivere ben, doe ik alsof m'n lip bloedt. Want inderdaad, teveel met woordspelingen 'spelen' is ook maar zwak.

Ik heb nog geen één boek van je gelezen.

15.9.09

REPEAT


Ik kan niet tegen het woord 'shuffle'. Niet omdat het ordinair klinkt, neen, eerder omdat het een gevoel wegveegt. Telkens je ergens klaar ben, switch je naar het volgende, iets totaal anders. Toen ik mijn nieuwe versie van iTunes (nummer 9 ondertussen al) op mijn mac installeerde, hoopte ik stiekem dat er geen 'shuffle'-mogelijkheid meer zou zijn. Maar dat werd algauw afgeblazen.

Wanneer ik muziek beluister, zet ik in mijn zoekopdracht meestal de naam van het album. Dat is mijn eigen methode om het beluisteren gemakkelijk te maken. Ik beluister een plaat namelijk niet voor één nummer, ik probeer me eerder te vinden in een volledige plaat. Zie het als een verhaal, een muzikale opbouw, een geheel, een samenloop. Daarom hou ik niet zo van 'shufflen'. Je veegt het in één keer weg, alsof het er nooit geweest is. En ik ben echt geen fan van het eerste oordeel.

6.4.09

'Dat heet dan rock & roll zijn'


"Jimmy vermoordt minstens zes paar stokken per optreden, en wat cimbalen betreft: één op vijf optredens spelen wij met een cimbaal zonder barst, de overige vier met een kapot cimbaal. Meestal huren we er dan een nieuw, dat hij dan weer vernielt, waardoor we het moeten betalen, enzovoort. Hij heeft ooit los door zijn basdrum getrapt, meerdere snares kapotgemept en hij is doof aan één kant. Maar ja, hij komt uit de hardcorewereld, hé? Hij speelde vroeger in Reply, een vrij bekende groep, en Happy Swingers hebben hem ook als drummer gehad. Humo noemt hem trouwens “Rubberneck” Wouters omdat hij de hele tijd zo extreem headbangt. Vorige week heeft hij in de studio door zijn hi-hat geklopt. Hij vernielt zelfs drumkrukken. Dankzij zijn extreem ontwikkelde reetbot."


16.3.09

Soulmate eerste klas


Wanneer je je eerste deftige stapjes zet in de muziekwereld, wankel je nog wat. Da's niet helemaal onlogisch, wat wil je? Geen podiumervaring, toch geen grote podia althans. In een opnamestudio ben ik enkel nog maar geweest om eens een liedje in te spelen. Op tv vond ik dat de make-up een beetje jeukte. Op de planken val ik in wanneer het moet. Zonder verdere gedachten. Doen wat me gevraagd wordt. Bedanken voor het vertrouwen. Luisteren.

Nu zijn we echter een stadium verder. Muziek is niet alleen presteren op je eigen materiaal en proberen goed te doen, het is ook zorgen voor een product. Iets dat aanslaat, iets dat inslaat als een BOM. En dat wil ik bereiken. Of dat wilde ik toch alleszins. Jammer genoeg besloot groepsdruk daar anders over. Toch geef ik het nog niet op. Ik voel dat ik mezelf nog eens moet bewijzen. Ook al weet ik dat ik niet op het conservatorium zit, of in een harmonie of zoiets, toch zal ik me tonen, openstellen, genieten en meevoelen. Maar vooral veel luisteren.

Ik hoop alleen maar dat de wereld mij die kans geeft. Dat JULLIE mij die kans geven. Anders gaat ieder weer zijn kant op.

Muziek is mijn soulmate eerste klas.