23.4.11

Geen rockster, wel muzikant


Een goede muziekrecensent word je door je bronnen te raadplegen. Research te doen. Goede albums te beluisteren, maar ook slechte. Door documentaires bekijken. Concerten beleven. Blijvende gehoorschade. Maar dat werpt zijn vruchten wel af, ook al is dat niet voor de hand liggend.

Je hebt bands die succes kennen, gaan zweven, en die later dan met de staart tussen de benen in de goot belanden. Maar je hebt evengoed bands die, na knokken en zweten, er echt in blijven slagen om hun publiek te overtuigen. Met een beetje goede wil lijkt me dat nu ook niet moeilijk, hoewel het leven van een muzikant niet altijd van een leien dakje loopt. Neem nu Foo Fighters. In een weerzinwekkende rollercoaster belandt Dave Grohl na een periode van ontelbaar succes in een moment van diepe rouw. Een soort van wereld, maar ook van broodwinning, die instort. Dé grungeband van de jaren negentig is hun zanger kwijt. De roem eist zijn tol, en loopt uit de hand. Na acht maanden van onmacht en droefheid besluit Grohl een kleine opname te doen van zijn nummers die hij al in tijden van Nirvana schreef. Wanneer hij na een week uit de studio komt met een kleine cassette, beseft hij niet dat hij geschiedenis schrijft. Maar dat is bijkomend, een muziekrecensent moet bij de zaak blijven: in 2011 besluit Dave Grohl zijn garage om te bouwen tot een heus studiocomplex. Om back to basics, back to the roots te gaan om de opnames van zijn nieuwe meesterwerk te realiseren.

Het komische is, dat wanneer bands de studio induiken met een producer van formaat (gaande van Greg Gordon tot Daniel Lanois) er steeds een productieve fabrieksfeer hangt. Tot op het bot worden muzikanten soms uitgemergeld om toch maar dat stukje meesterwerk op plaat te krijgen. Daar dachten ze bij Foo Fighters anders over: laat die gespannen sfeer vallen en wees welkom in een huiselijke sfeer. Een sfeer waar plaats is voor zowel productiviteit als geborgenheid, momenten van ontspanning maar evengoed van afpeigering. Enkel op die moderne manier krijg je nog een plaat van formaat gecreëerd, anno 2011 thans. Af en toe zwemmen kan heus geen kwaad.

'Wasting Light', een naam waar menig over nagedacht werd, bevat stevige rock. De stevige dosis rock die we dezer dagen nodig hebben om bijvoorbeeld een zware werkdag door te spoelen, even te bezinnen over het feit of je nu die Ford of Renault koopt, maar evengoed te beleven op je eigen manier. Het type 'voor-ieder-wat-wils'. En toch is het niet volledig van de gewoonte voor deze band uit Seattle. In het verleden, op albums als 'In your Honour' werden reeds meerdere akoestische songs uitgebracht, alsook het iets recentere album 'Echoes, Silence, Patience & Grace' uit 2007. De perfecte mix tussen rock en poppy songs, waar nu volledig tegenaan wordt gegaan in dit nieuwe album.

Schijn bedriegt eerder. De plaat verwelkomt je met stevige riff-songs als 'Rope', 'Bridge burning' en 'White Limo'. Die laatste laat zelfs sporen van punk en metal na. 'Bridge Burning' start met een lekkere harmonic-intro, die overgaat in een heerlijk dalende akkoordenreeks met de nodige accenten en breaks. Om dan over te gaan in het misleidende delaytempo van 'Rope'. Een heerlijke bom die losbarst wanneer je het net niet verwacht. Een sterk punt op deze plaat is ook de vlotte overgang tussen de chorussen en verses, waar je denkt dat sommige nummers eentonig starten, om tenslotte te besluiten in arguloze rock. Maar dus, die volledige rock-attitude klopt toch niet volledig. Kijk naar een nummer als 'These Days', dat akoestisch start, en uiteindelijk ontploft op een topmoment. Ok, het is misschien verkeerd om te zeggen dat schijn bedriegt, laten we het eerder een naftbak noemen die omgevormd wordt naar een diesel om op zijn beurt weer te transformeren in een LPG.

Door zijn verschillende verschijningen in anders bands als 'Them Crooked Vultures' en 'Queens of the Stone Age', laat Grohl deze invloeden ook duidelijk merken op deze plaat. Het perfecte voorbeeld hiervan is de TVC-intro van 'Alandria', waar je zelfs bijna denkt dat dit nummer op een verkeerde plaat is beland. Toch wordt deze gedachte snel omgevormd wanneer we het heerlijke geschreeuw van de leadvocals horen opdraven. Foo Fighters gaan overigens een samenwerking met externe muzikanten absoluut niet uit de weg, als je weet dat kerels als Bob Mould en Krist Novoselic hun bijdrage leveren. Soms zou je denken dat je engageren voor andere projecten jaloezie of weemoed wekt, maar ook op deze plaat hoor je echt wel duidelijk de belangrijkheid van het aandeel van deze 'guest musicians'. Bob neemt de tweede stem voor zijn rekening op 'Dear Rosemary', terwijl Novoselic de baslijn van 'I Should have Known' moeiteloos neerzet.

Die 'I Should have Known' zou trouwens de absolute winner van de plaat moeten worden. Waar ze mijnens inziens dan nog eens behoorlijk in geslaagd zijn. Dé perfecte combi tussen het akoestische van de violen en cello, en de heerlijke opzwepende drumpartij die heel het gegeven opbouwt. De eindeloze schreeuw 'I can not forgive you that' doet hier de beste zaak. Het werpt vragen op bij de luisteraar, maar evengoed een gevoel van: 'dit zit goed'. Je hoeft geen rockster te zijn om een degelijke plaat af te leveren, wel muzikant. En dat is het motto van FF anno 2011. Enkel zo blijf je goed in het vak waar je al jaren goed in bent.

0 reacties: